Mobiele herinneringen
Er ontstond een grillig patroon in ons leven, een destructieve hobby van Lucas die ik aanvankelijk niet als zodanig herkende: het slopen van mijn verbinding met de buitenwereld. Ik leefde in de veronderstelling dat we geen geheimen voor elkaar hadden. Mijn telefoons waren nooit vergrendeld met codes of wachtwoorden; ik had niets te verbergen, dacht ik. Maar in de wereld van de verslaving wordt onschuld vaak uitgelegd als een voorbedachte rade.
In de tijd dat we bij Stefan woonden, sloeg de vlam voor het eerst in de pan. De aanleiding was een digitaal fossiel: het telefoonnummer van mijn ex-vriend. Voor mij was het niet meer dan een vergeten cijferreeks in een toestel dat ik al veel te lang gebruikte; we hadden af en toe nog normaal contact, niets meer. Maar voor Lucas was dat nummer een brandhaard. Zijn woede was niet te stuiten, gevoed door een jaloezie die geen logica kende.
De eerste afrekening met mijn verleden vond plaats in de trommel van de wasmachine. Met mijn eigen hoofd nog tollend van de speed, zocht ik koortsachtig naar mijn toestel. De stilte aan de andere kant van de lijn was onheilspellend, tot de wasmachine van Stefan een ritmisch, vreemd geluid begon te maken – een mechanische doodskreet. Toen de machine tot stilstand kwam en ik de natte was eruit trok, vond ik de brokstukken van mijn telefoon tussen de kleren. Lucas had de was aangezet, en daarmee ook de vernietiging van mijn privacy. Het was een absurde cirkel: hij vernietigde, en moest vervolgens repareren. Een nieuw toestel moest geregeld worden, in plaats van de telefoon die eigenlijk door Rob verkocht zou worden, maar die nu diende als pleister op de wonde die hij zelf had geslagen. Het was de eerste keer dat ik zag hoe hij mijn bezittingen – en daarmee een stukje van mijn vrijheid – kon laten verdrinken in een impuls van woede. De verbinding was verbroken, letterlijk en figuurlijk, en de nieuwe telefoon was slechts een tijdelijke wapenstilstand in een strijd die nog maar net was begonnen.
Jarenlang heb ik mezelf wijsgemaakt dat de telefoon in de machine van Stefan een ongelukkig toeval was. Een foutje in de chaos. Maar terwijl de inkt nu op het papier vloeit en de logica van de afstand zijn werk doet, brokkelt die illusie af. Ik weet nu beter. De wasmachine was geen ongeluk; het was een repetitie. De echte voorstelling volgde een paar weken later, nog steeds onder het dak van Stefan. Lucas was die nacht met Rob op pad gegaan om 'geld te verdienen' – een eufemisme voor de duistere klussen die hun levens financierden. Ik was opgebrand en had me teruggetrokken op de zolder. De deur had ik achter me dichtgetrokken, een kleine handeling van zelfbescherming om de vermoeidheid buiten te sluiten. Maar in het brein van Lucas, aangetast door de paranoia van de middelen, werd die gesloten deur een bewijsstuk. Toen hij thuiskwam en de deur op een kier aantrof, was de conclusie in zijn hoofd al getrokken: Stefan was boven geweest. Mijn diepe, comateuze slaap was voor hem geen teken van onschuld, maar juist het bewijs van een misstap. Zijn eigen nacht was uitgelopen op een fiasco; de opdracht van Rob was mislukt omdat Lucas de grens van nuchterheid allang was gepasseerd. Een vrachtwagen, een rit die bijna in een ravijn eindigde – het was een nacht van falen die hij op mij kwam wreken. Toen ik die nacht uit mijn slaap ontwaakte, zag ik de ravage op het nachtkastje. Mijn klaptelefoon lag daar, niet zomaar kapot, maar methodisch doormidden gebroken. Daarnaast lag de simkaart, de laatste navelstreng met mijn vertrouwde wereld, in stukken. Een golf van pure paniek overspoelde me. De speed die langzaam uitwerkte liet een rauwe, ongefilterde angst achter. Ik wist het toen zeker: hij probeert me af te sluiten. Hij snijdt de draden door tot ik nergens meer naartoe kan. Het is het klassieke handboek van de isolatie, de eerste stap in het breken van iemands wil.
Mijn reactie – een blinde, hysterische paniek – overviel hem. Misschien schrok hij van de spiegel die ik hem voorhield. In een wanhopige poging de scherven te lijmen, liepen we midden in de nacht naar zijn ouders, twee kilometer verderop. Twee schimmen, uitgeput en uitgedroogd, dwalend door de stilte van de nacht. Bij zijn ouders gooide ik alles eruit. De verwarring in hun ogen vertelde me dat zij de diepte van zijn paranoia nog niet kenden. Die nacht eindigde in een surreëel beeld: wij, twee doorgedraaide en gebroken kinderen, werden in het bed van zijn ouders gelegd. Zij bleven de hele nacht op, de wacht houdend over onze fragiele rust, terwijl wij probeerden te slapen in een bed dat niet het onze was, omringd door de brokstukken van een vertrouwen dat nooit meer helemaal heel zou worden.
De gestolen stem
Ik moet jullie mee terugnemen naar de kern van de verwoesting: het moment van de 'derde wereldoorlog'. De MDMA-overdosis die, zoals beschreven in het eerste boek, de fundamenten van mijn bestaan deed schudden. We woonden in ons nieuwe huis, een plek die veiligheid had moeten bieden, maar die nacht was ik de regie over mijn eigen lichaam en geest volledig kwijt. Terwijl ik urenlang in een genadeloos zwart gat op de bank lag, tussen bewustzijn en de afgrond in, dreef de wereld aan mij voorbij. Lucas was er, maar hij was er ook niet; hij dwaalde in en uit het huis, een rusteloze schim in een nacht die geen einde kende.
In de tijd dat we nog bij opa woonden, had ik een Samsung Diva gekocht. Ik herinner me nog hoe trots ik op dat toestel was. Het was meer dan een telefoon; het was een schatkist vol bewijzen van mijn bestaan. Alles stond erop: mijn foto's, mijn contacten, en 'ons' nummer als ringtone – een melodie die symbool stond voor de harmonie die ik zo wanhopig zocht. Maar toen de mist van de overdosis optrok, was de Diva weg. De stilte die het toestel achterliet, was oorverdovend. Tot op de dag van vandaag blijft dat een gapend gat in mijn geheugen. Is er die nacht werkelijk iemand binnengedrongen terwijl ik daar weerloos op de bank lag? Of was het Lucas die, in de jacht naar een volgende roes, mijn trots had ingeruild voor de bittere smaak van de base? De onzekerheid was misschien wel het meest destructief. Het maakte de leugen die we aan onze familie verkochten – het verhaal van de inbraak – pijnlijk eenvoudig om vol te houden. Als je de waarheid niet kent, wordt de leugen je enige houvast. Eenmaal terug in de vertrouwde geborgenheid van mijn geboorteplaats, kreeg ik van mijn tante een nieuw toestel. Een tastbaar teken van herstel, een nieuwe simkaart, een nieuwe poging om de lijnen met de buitenwereld te herstellen. Maar de Samsung Diva bleef achter in die duistere nacht, als een offer dat ik had gebracht aan een god die ik niet kende, in een huis dat nooit echt een thuis was geworden.
Na de Diva kwam de Blackberry Bold 9780. Als ik er nu met weemoed aan terug denk, voel ik weer de trots van die eerste echte stap naar zelfstandigheid: mijn allereerste eigen abonnement. Het was een symbool van volwassenheid, een prachtig toestel dat ik koesterde als een sieraad. Maar in de nabijheid van Lucas was schoonheid altijd vergankelijk. Tijdens een van onze vele aanvaringen schoof hij me op zo’n manier opzij dat ik met mijn eigen gewicht op mijn tas terechtkwam. Onder het leer van mijn tas en de zool van mijn schoen hoorde ik het noodlottige kraken van glas. Het scherm was versplinterd, en daarmee ook mijn toegang tot de foto’s en herinneringen die erop stonden; ze bleven voorgoed gevangen achter een muur van gebroken glas, onbereikbaar voor de buitenwereld, precies zoals ik me op dat moment voelde.
Het dieptepunt kwam met mijn allereerste iPhone SE. Rosé Goud met wit, precies zoals ik hem voor me had gezien, bij elkaar verdiend met mijn eigen handen. We woonden inmiddels weer in mijn geboorteplaats, maar de demonen waren met ons meegereisd in de vorm van zijn verslavingen. Tijdens een ruzie waarin de werkelijkheid weer vloeibaar werd, verdween mijn trots. 'Zoek mijn iPhone' gaf een kille locatie door: de visvijver vlakbij ons huis. De woede die in me ontbrandde was er een van jarenlange opgestapelde onmacht. Ik stuurde de politie op hem af, vastberaden om niet weer lijdzaam toe te zien. Uiteindelijk vond ik het toestel terug in een vuilnisbak langs de vijver - het was niet verdronken, maar het gebaar was gemaakt. Het was afval geworden.
Die nacht op de zolder bij Stefan, waar ik ontwaakte naast de doormidden gebroken klaptelefoon, heeft een litteken achtergelaten dat nooit meer is weggetrokken. Tot op de dag van vandaag verdraag ik het niet als iemand anders mijn telefoon vasthoudt. Het toestel is mijn levenslijn geworden, een verlengstuk van mijn veiligheid. Sinds die nacht slaap ik met mijn telefoon in mijn BH, dicht tegen mijn huid aan, zodat ik bij het ontwaken zeker weet dat de verbinding met de wereld nog intact is. En hoewel ik hem al jaren niet meer gebruik, blijft het abonnement van de huistelefoon in mijn woning in stand. Het is een duur betaald relikwie uit de tijd in Breda, toen ik vastzat in dat vervloekte huis met niets anders dan een stervend toestel uit de jaren tachtig. Het is mijn stille verzekering tegen de isolatie. Ik kan het niet loslaten, hoe graag ik ook zou willen. De angst om afgesneden te worden van de buitenwereld zit dieper dan het glas van een scherm; het zit verankerd in wie ik ben geworden.
Reactie plaatsen
Reacties